Historie

Historie

De historiek van Koninklijke Fusie Club (KFC) Gaver Asper.
Ontstaan in 2001-2002 uit Koninklijke Racing Club Gavere en Sparta Asper
De grootheid van een kleine club (1)

Koninklijke Racing Club Gavere: ontstaan

De KRC Gavere heeft een geschiedenis van 60 jaar: exact het seizoen na zijn diamanten jubileum in 2000-2001 ging de club een fusie aan met de buur van over de Scheldebrug, Sparta Asper. Racing Gavere kan dan ook op een lange en bewogen geschiedenis terugblikken. Met stamnummer 3038 hoorde Racing in 2001 nog tot de 25 oudste, niet gefuseerde, ononderbroken in leven zijnde clubs van Oost-Vlaanderen (2).

Aan het einde van de jaren 1930 wemelde het van ploegjes in Gavere o.a. FC De Markt, FC De Polder, Olympic Gavere, L.C. Lossers Gaver-statie. Tijdens een vriendschappelijke wedstrijd, dé ontstaansmatch, tussen twee gelegenheidsploegen, de ‘jonge jonkmans’ en de ‘oude jonkmans e (uitslag 9-4), gespeeld op 8 oktober 1939 ten voordele van ‘het pakje van de soldaat’, blesseerden zich enkele spelers. Om in de regel te zijn met de verzekering besloot men zich aan te sluiten bij een verbond, de Katholieke Sportfederatie (KVS). Dat was in december 1939 of januari 1940. Dat is de officiële geboortedatum van de club. De ploeg werd Racing gedoopt naar het voorbeeld van RC Gent en RC Brussel en omdat vele spelers toen ook actieve lopers waren. De kleuren waren die van het toenmalige Gaverse wapenschild: rood en geel.

Voorzitters : Edgard De Surgeloose was de eerste voorzitter. Hij werd in 1951 opgevolgd door zijn zoon Eric De Surgeloose. Eric was 39 jaar voorzitter (tot 1989), een legendarisch record. Van 1989 tot 1991 was er geen officiële voorzitter : Lucien Faelens en Carlos Dhont waren de twee ondervoorzitters die het bewind voerden. Van 1991 tot 1993 was Willy Contreras voorzitter en van 1993 tot heden is Carlos Dhont voorzitter.

De geschiedenis van KRC Gavere valt uiteen in twee grote periodes, vóór en na Erwin Vandendaele:

1940-1965 : 25 jaar in hoogste provinciale (uitgezonderd 1951-1954)1965-2001 : De jaren in tweede en derde (en zelfs twee jaar vierde)

1940-1965: 25 jaar in hoogste provinciale met een blitzstart

Een speler aangesloten bij de Belgische voetbalbond, mocht ook in KVS aantreden. Zo kon het prille RC in zijn KVS-beginperiode al vlug Gaverlingen aantrekken die in andere ploegen speelden in de Belgische Voetbalbond, Carlo Dierickx (Assa Ronse, Cercle Brugge), André Van Dorpe, Wilson Dierickx (Assa Ronse), Abel Verstraeten (VV Zingem), Rufin De Vos (VV Zingem), Carlo De Geest (La Gantoise), later Roger De Jaegher (Olympic Zingem). Zo speelde RC vlot kampioen in de hoogste KVS-reeks. Omdat men in KVS niet hoger kon, sloot men in 1941 aan bij de KBVB (Koninklijke Belgische Voetbalbond). Daarbij had RC het geluk dat de KBVB-ploegen (Zingem, Ronse) de Gaverse spelers ‘losten’. Zo kon RC opnieuw kampioen spelen, nu in de KBVB-Afdeling Schelde en Leie , dat naast Gent-Eeklo, Dender en Waas één van de vier hoogste provinciales vormde. In één van de memorabelste wedstrijden ging Gavere het grote Oudenaarde in eigen huis kloppen met 0-2 (22/4/’42): Er was in heel Gavere geen fiets meer te krijgen. Het was één groot konvooi op de weg Gent-Oudenaarde: de eersten waren al aangekomen toen de laatsten nog vertrokken. Iedereen zong : Oudenaarde, doet open, Gavere is hier om u te kloppen met plezier!

1943 : Stap naar bevordering op een haar gemist in beruchte eindrondematch

In 1942-43 speelde RC opnieuw kampioen en mocht aan de eindronde deelnemen tegen de andere kampioenen. Op 13 juni ’43 verloor RC tegen SK Geraardsbergen (2-0) in de beruchte match waar de Gestapo jonge mannen kwam opeisen om te gaan werken in Duitsland. Michel De Wulf en Edgard De Surgeloose loodsten echter alle spelers veilig van het terrein dankzij het officiële document, de ‘Freistellung vom Arbeitseinsatz im Reich’, van ‘meester’ De Wulf. RC diende klacht in omdat een Geraardsbergse speler een bal met de hand uit de goal had geslagen en er geen penalty volgde. Klacht aanvaard en herspelen! Op 20 juni 1943 verloor RC opnieuw van Geraardsbergen (op het terrein van Oudenaarde), dit keer nipt met 2-3 door blunders in de verdediging. RC troostte zich met het feit dat hun terrein – te dicht tegen de Schelde, te weinig afstand tussen terrein en ‘de hof van Schreyen’ – ongeschikt zou verklaard worden om in de nationale bevorderingsreeks te spelen. De druiven van bevordering waren te groen.

De eeuwige reputatie van giant killer ontstaat: het kleine Gavere tegen de ‘grote’ ploegen

Na drie titels op rij moest RC gas terugnemen. In de noodcompetitie van 1945 werd nog wel kampioen gespeeld maar in 1945-46 kwam er een reorganisatie. RC speelde van toen af in Eerste Provinciale. Het begon hoopvol maar werd om onduidelijke redenen 10 punten afgetrokken zodat het vrede moest nemen met een 12de plaats. Het was duidelijk dat RC van die tijd af zijn titelambities in Eerste Provinciale mocht opbergen: de Dierickxen werden ouder en hun beste speler, Zingemnaar Roger De Jaegher, trok naar Eendracht Aalst. Maar thuis, op het modderterrein aan de Schelde, kon de kleinste gemeente uit de afdeling de grootste reuzen verslaan : 4-0 tegen SK Deinze of 8-4 tegen SK Zele. RC Gavere (toen 2068 zielen) moest optornen tegen FC Eeklo, SK Beveren, St. Denderleeuw, SV Zottegem, RC Lokeren enz. Maar niet zelden zegevierde de underdog. Die reputatie heeft de ploeg altijd gehad en ook het best gepast. In 1964 nog versloeg middenmoter RC het toen ongenaakbare FAC Meulestede met 2-0 en hield het daarmee van de titel. De auteur van die zege, de latere internationaal Erwin Vandendaele, werd dan getransfereerd naar FC Brugge. RC overleefde het niet: het zakte het seizoen daarna en zou tot heden niet meer terugkomen op niveau eerste provinciale. Met Vandendaele werd de eerste en succesrijke Racing-periode afgesloten in 1964.

Een unicum in de Belgische voetbalgeschiedenis: Racing Club Gavere zakt vrijwillig naar 2de in 1950

Gavere had het als kleine gemeente niet gemakkelijk om zich in eerste te handhaven. Je moet er ook rekening mee houden dat bijna het hele dorpsleven rond het voetbal draaide. In hun jong enthousiasme organiseerden de Racing-bestuursleden alles tvv RC : ze speelden toneel en operette, gaven motorcross, boks en catch, feesten in de hovingen van mevrouw De Backer, handelsfoor, een eigen clubblad enz. Het seizoen 1949-1950 is een thriller. Op één wedstrijd van het einde is de stand (achteraan): 13. St. Denderleeuw 24 p. (minder verloren wedstrijden telde toen, plus beter doelgemiddelde) 14. RC Gavere 24 p. 15. Volharden Aalst 22 p. 16. SLV Zelzate 11 p. Er zijn drie dalers. RC speelt de laatste match thuis tegen Zottegem: 2-2 aan de rust, 2-3 voor Zottegem maar 5 min. voor tijd is de redding een feit. Albert Reunes scoort voor RC. Maar de scheidrechter keurt de goal af en Zottegem scoort midden het ontstane tumult zelfs 2-4. Linesman Jef De Vuyst had de arbiter onzacht de juiste richting gewezen met zijn vlaggestokje. Maar Denderleeuw verliest een match voor de groene tafel omdat de ‘omheining tegen Evergem niet de juiste hoogte had’. Gavere dus toch gered. Op 3 juli 1950 staat echter in Sportleven: RC trekt zich vrijwillig terug uit hoogste provinciale. Een unicum. Eric De Surgeloose :’We konden de vreemde spelers niet blijven betalen en wilden de promotie afdwingen met eigen spelers.’

Promotie naar Eerste Provinciale (1953-1954) en Mooie Jaren (tot 1964)

Het vrijwillig zakken bleek in vele opzichten een meevaller: RC speelde de kop en twee eindrondes (o.a. tegen Mance Seghers en Zelzate), had veel volk en forceerde na 3 topjaren de poort naar 1ste provinciale met zeges tegen VV Merelbeke en Temse in de eindronde. Het was een echt volksfeest in Gavere: kampioensliederen, feestmaal (ossentong en gebraad kuiken), stoet en fanfare.

Aansluitend kende RC Gavere topjaren waarin het lange tijd rond de 5de – 6de plaats speelde in eerste met kleppers als Marc Piens, Frans Dobbelaere, Etienne Thomaes, Pierre De Clercq, Jacques De Clercq, de familie De Boel met de rots Norbert (722 wedstrijden in het fanion) op kop, Joris Steenhaut (topscorer met 40 goals in één seizoen), Romain Vandermeersch, Fons De Blieck, Antoine Vanderschelden, Willy Seeuws, Marc Vandewiele, Guy en Luc Dhaeze en vele anderen. RC wordt geducht als thuisploeg. Het bouwt een gezellig stadion uit aan de Schelde: een tribune, gradins, een kantine (met de nodige ruzies met cafés en andere clublokalen), een pershuisje met micro-installatie. Ook de jeugdwerking komt op gang met als latere vruchten Erwin Vandendaele, Freddy Steurbaut, Maurice De Mets, Luc Dhondt e.a. Geleidelijk aan echter krijgt Racing het moeilijker met scoren. Doelman Raf Vermeersch is een zeer betrouwbaar sluitstuk achter een onverzettelijke legendarische verdediging met De Boel(s) en Thomaes maar het schort vooraan. RC maakt van de nood een deugd en gooit de jeugd in het eerste : het 16-jarig talent Erwin Vandendaele kan nog de tekortkomingen van de ploeg wegsteken voor een paar jaar maar na zijn transfer naar het grote FC Brugge overleeft RC nog maar één seizoen in 1ste provinciale. De andere jeugd (Van Dommel, 16, Luc Dhondt, 17, Jo Benoot, 20 enz.) kan het behoud niet verzekeren.

1965-66 tot 1968-69: 4 jaar 2de provinciale en dan 3de provinciale

RC moest de les leren van vele voorgangers: het geld van Vandendaele’s transfer werd geïnvesteerd in dure spelers die niet rendeerden. Je koopt immers geen ploeg. In plaats van underdog werd RC nu dé te kloppen ploeg, de fiere ex-eerste-provincialer met de dikke nek. Alle ploegen plooiden zich dubbel tegen Gavere en in plaats van te promoveren, daalde de ploeg na 4 seizoenen spelen met dure transfers. Het effect van die politiek keerde zich nog op andere vlakken tegen RC Gavere: de eigen jongeren stroomden zelden door naar de eerste ploeg ondanks de grote inspanningen van het jeugdcomité en ze gingen elders voetballen (b.v. Hugo Mathys). Zo konden in 1965 eerst RC Vurste, in 1966 SC Dikkelvenne en in 1972 SK Semmerzake ontstaan en RC concurrentie aandoen op gebied van (jeugd)voetbal. In 1969 zakte RC als vierde laatste met 25 p naar 3de provinciale. Er waren 5 dalers voorzien omdat men startte met een 4de provinciale reeks.

1969 tot 1979: De seventies in de Warande: Herbronning in 3de provinciale met eigen mensen

Wegens de kalibrering van de Schelde moet RC Gavere zijn terrein en stadion verleggen naar de Warande voor 7 seizoenen (1970-1977). Tribune, kantine en andere bronnen van inkomsten drogen op, supporters blijven achter. Het wordt een moeilijke tijd. RC wordt naar 3de verwezen maar dan stromen plots heel wat eigen jongeren met talent naar het eerste elftal: de legendarische Dirk Brossé die als keeper Dolf Van Overmeiren opvolgt, Martin Moerman, Hubert Vermassen, Dirk Duforeeuw, Willy Goeman, de broers Yvan, Rudy en Roland De Raeve, Jacky De Groote, Hans De Clercq, Patrick Vandecauter, Dany Vandermeirsch, Henk Sante, Yves De Clercq. Aangevuld met Eric Steurbaut en Mario Depoortere spelen ze een schitterend seizoen in 1974-75. Stunttrainer Pol Dessein leidt de ploeg naar promotie in 1978. Nog sterkhouders uit die tijd: Freddy De Vos, Eric Van Henis, Hassan, Udo Velghe, later Guy Renneboog, Marc Dierickx. De vedette van die tijd is Dany Vandermeirsch, die nipt een transfer naar Union Sint-Gillis mist, maar toch nog lang heel knap speelde bij SV Zottegem in bevordering.

1979 tot 1993 : De eighties: Meedraaien aan de top in 2de provinciale tot vertrek van Pascal De Vreese

Twaalf seizoenen lang is RC Gavere een vaste waarde in 2de provinciale, meestal in de bovenste helft van de rangschikking. Het plukt de vruchten van een onvermoeibare jeugdwerking onder impuls van Remi Van Rechem, Guido Hoste, Jacques De Clercq, Pierre De Clercq en Antoine Vanderschelden. Vele talenten ontluiken : Dirk Dhaenens, Hans De Groote (UEFA international, transfer naar RSC Anderlecht), Filip Denoyette, Wouter Vanderbeken, Hugo Martens, Kurt Vandevelde, Ronny Varewijck, Peter Martens enz. Dat is niet toevallig grotendeels de lichting die de jeugdcup Het Volk won in 1981. RC Gavere ’s eigen jeugd wordt deskundig omringd door goede spelers zoals Vits, Wim Verlinden, De Sutter en Luc Annoo. Maar het arrest Bosman is op komst en nog voor dat er kwam werd de mobiliteit van de spelers groot in het Gaverse, temeer ook omdat nog een vijfde ploeg opdook in de fusiegemeente: Sparta Asper (1984). RC ziet vele van zijn knappe jeugdspelers vlug verhuizen: Sonny Goethals, Hans Meheus (Harelbeke), Sandy Verdonck en Sebastien De Smet (SV Waregem), Tom Vanderbauwhede (RC Gent), Steven Cornelis (Zultse). Het wordt een strijd op de transfermarkt en aanvankelijk lukt het RC om daarin meer dan te overleven met treffers als Pascal Deltenre en Pascal De Vreese (achteraf naar Moeskroen, AA Gent, Turnhout, Bergen). Het goudhaantje De Vreese brengt Racing dicht bij promotie naar 1ste provinciale: een 3de plaats in 2de provinciale in 1991-1992. Pascal De Vreese was naar Gavere gekomen als volgt: hij zat bij Zultse op de bank en hij werd geruild tegen Steven Cornelis. Verliest RC niet de eerste 3 wedstrijden wegens aanpassing, dan promoveert het in zijn gouden jubileumjaar (50 jaar in 1991). Maar het opportunisme van de aalvlugge De Vreese maakte velen blind over de tekortkomingen van de ploeg in andere lijnen en ook in de aanvoer van de jeugd. Hij speelt nog één seizoen mee in 2de (8ste), maar dan moet RC hem laten gaan naar Excelsior Moeskroen.

1993 – 2001: Nieuwe visies en struggling in de nineties in 3de en 4de

Dan geldt weer de ijzeren wet zoals destijds met Vandendaele: als een ploeg te veel afhangt van één speler (of sponsor ook) volgt daarna een vrije val. In 1993-94 zakt RC naar 3de provinciale en meteen het jaar daarop naar 4de provinciale. Het is crisis. Maar dan wordt kordaat ingegrepen: met slechts één verliesmatch wordt kampioen gespeeld in 4de en bijna meteen doorgestoten naar 2de (een 3de plaats in 3de in 1996-1997). Het jaar daarop vlot het niet echt en in 1998-99 zakt RC opnieuw naar vierde. Het verblijf daar is kortstondig: via de eindronden dwingt RC de promotie af naar 3de. Daar verblijft het tot 2000-2001, het jaar van de fusie.

Het spelersverloop is door het arrest Bosman heel groot geworden. Gavere aarzelt tussen twee visies: eerst ziet men het nut niet meer in om veel energie, tijd en geld in de jeugdwerking te steken en wil men gewoon met een ruime kern beloften en eerste ploeg spelen, maar naderhand wordt dan toch weer geïnvesteerd in aantrekken en opleiden van eigen spelertjes omdat de sociaal-sportieve werking van een voetbalclub niet mag onderschat worden, al trekt iemand die denkt dat hij een beetje talent heeft weg op soms heel prille leeftijd. Ondertussen verlieten echter heel wat Gaverse jongeren de club. Men is nu volop bezig een gebrekkige aanvoerperiode overbrugd te worden. Een nieuw elan is op een aantal vlakken merkbaar met intiatieven zoals een jaarlijkse evenementendag, een wandeltocht, piekfijne terrein- en accomodatieverzorging, uitgave van het clubblad Friekie e.d.m.

Om de omkadering van eigen jonge mensen een volwaardige kans te geven door bundeling van sportieve en financiële kracht en expertise zet KRC Gavere de eerste stappen naar een fusie met één of meer clubs uit de eigen gemeente : zo zou kwaliteit geboden worden en kan men op langere termijn hoger mikken dan 2de, 3de of 4de provinciale. De fusiegedachte dateert al van 1994 (zie AMOK).

Ray Singer, voetbalhistoricus van KRC Gavere.

(1) Deze historiek is een samenvatting van het boek ‘Goud voor Gavers Voetbal’ van Jean-Marie Schepens, uitgegeven bij drukkerij De Burck, 1991. Het boek telt 191 pagina’s en 135 illustraties. Dit boek bevat samen met het archief uniek historisch materiaal.

Sparta Asper: een geschiedenis in twee delen, 1940-1941 en 1984-2001

Asper was vroeger landelijker dan Gavere. Er waren iets minder inwoners. Er was weinig of geen industrie, wel landbouw en veevoeders. De gemeente was wel vrij sportief. Vooral motorcross onder impuls van de burgemeester (jaren 50) en wielrennen (jaren 60) waren zeer populair. Bijna al wat benen had in Asper waagde zich aan de koers onder de invloed van Tuur Decabooter.

Het Sparta Asper van 1940

Aanvankelijk ongeveer gelijktijdig met de Gaverse voetbalstart, zien we ook voetbalploegen opduiken in Asper, onder meer aan het station. In 1940 werd een ploeg opgericht Sparta Asper met als voorzitter Aimé Compeyn en secretaris Hubert Taerwe met Maurice Note, Albert Vermeulen, Robert en Gilbert Taerwe, Georges Van den Bossche, André Verhoye, Marcel De Donder en E.H. Van Cauwenberghe. Het terrein was aan de Ossezak, maar soms speelde men ook op de weide van Hector Polfliet aan Asper Statie. De kleuren waren groen-wit en het lokaal was in de boekerij naast de pastorie. Na een paar jaar hield de club op te bestaan.

Aspers talent zwermt uit

Na het opdoeken van de eerste versie van Sparta Asper, trok het Aspers voetbaltalent soms naar Zingem, maar meestal naar RC Gavere, dat op een bepaald moment recht gehouden werd door Asperlingen. Om maar enkele namen te noemen: Carlo en Wilson Dierickx, Rufin De Vos, Achiel Standaert, Michel De Wulf, Renaat De Rijcke, Maintje Vandermeirsch (eigenlijk van Zingem), Wilfried De Groote, Martin Schamp, Etienne en Kurt Van De Velde, Eric De Roose, Jo Benoot, Luc Dhont, Bertil Van Dommel, Roland Haelewijn, Yvan Van Driessche, Ferdy Sprangers, Freddy Cousaert, Hubert en Robert Vermassen, Rudy De Vos, Geert en Hans De Clercq, Willy Goeman, Yvan Van Baeveghem, Hans De Groote, Ronny Vaerewijck, Peter Martens, Alex Meurysse, Steven Cornelis, Tom Vanderbauwhede, David Carteus, Filip Kint, Pascal Verhoeye, Patrick De Stercke, Luc, Geert en Bart Speybroeck, Kristof De Bouver, Frederik De Mets, Sonny Goethals, Mario Vandersichel en we gaan stoppen. Gewoon om te tonen dat Gavere en Asper eigenlijk al lang samenspeelden.

Veel spelers en een terrein

Voormalig Aspers schepen Rufin De Vos had voorzien dat Asper ooit een sportterrein nodig zou hebben. Het nog niet volledig aangelegde terrein lag er lang voordat er sprake was van een club. Waarom had Rufin dat voorzien? Wel hij was ooit de intiatiefnemer tot de eerste sociale wijk, de Sint-Janswijk, in Asper. Hij voorzag daarbij tegelijk in de toekomstige nood aan ontspanning. Er was veel (voetbal)talent in Asper. Het aantal inwoners van de deelgemeente steeg gestadig, van 2.500 in de jaren zestig naar 4.000 in de jaren tachtig. Pol Goeminne, Romain De Bock, Maurice Moreels? Bernard De Rijcke en Renaat De Rijcke stichtten dan in 1984 de tweede versie van Sparta Asper. Al vlug werd het bestuur vervoegd door toenmalig schepen Hugo Leroy, Leon De Groote, Raymond Wandels, Rudy De Vos, Freddy Standaert, Luc De Rijcke, dr. Boone, enz. Werner Nachtergaele was de eerste secretaris. De eerste trainer was Gaspard Vandekerckhove, een Zingems ex-militair met eerlijke principes en een grote dosis mensenkennis en gezond voetbalverstand. De debuterende Spartanen waren meestal oudere ‘vedetten’ (b.v. Jean-Marie Vanderhaeghen van Club Ronse) of provinciale doorgewinterde ratten (b.v. Patrick De Bisschop). Zij moesten (vooral fysiek) afhaken en konden de club de eerste paar jaren niet hoger tillen dan een 12 of 14de plaats in 4de provinciale.

Van 4de naar 3de provinciale in 1987

Het bestuur werd wat ongeduldig, de aankopen konden niet uitblijven en met o.a. Eric Van Meirhaeghe en Asperlingen uit Dikkelvenne (Kurt De Rock, Jo De Bruyn, trainer André Beyaert enz.) en een soliede Adelin Van Parijs werd promotie naar 3de provinciale afgedwongen in 1986-87. Daar hield Sparta eerst moeizaam, maar geleidelijk aan beter stand, ook al omdat de eigen jeugd, die talrijk aanwezig was, goed werd ingepast, o.a. Kristof Vandenberghe. Sparta Asper is een degelijke subtopper in derde provinciale. Misschien zat/zit er niet meer in. Feit is dat het met KRC Gavere fusioneerde in 2001.

Waarom Sparta Asper stopte …

In 2001 zal nooit helemaal geweten zijn. Er zijn een aantal mensen die het nog steeds betreuren dat Sparta er niet meer is. Er waren al bijna elk jaar vanaf 1994 contacten, die telkens uitlekten en afsprongen. In januari 2001 wijdde het lokaal trimestrieel blad AMOK een speciaal nummer (één van zijn best verkochte) en dossier aan de fusie. We kunnen het simpel als volgt samenvatten: Gavere had de traditie, de geschiedenis, de organisatie en een strikte boekhouding, Asper had de spelers en de jeugd, maar miste inkomsten en organisatie. Voeg je het publiek samen (beide zowat 150 à 180 man gemiddeld), dan zou er iets leefbaars moeten uitkomen. De jeugd van Asper kon aan de slag in een goed georganiseerde club, waar weliswaar, zoals overal, de tering naar de nering dient gezet te worden.

De fusie

Voorzitter Renaat De Rijcke van Sparta Asper liet de eer aan Carlos Dhont, voorzitter van KRC Gavere, om de eerste fusievoorzitter te worden. De fusieploeg behield het aloude stamnummer 3038 en nam uit elke club een kleur mee: rood-geel (KRC) en blauw-wit (Sparta) werden rood-blauw, een beetje de ‘azul-grana’ kleuren van CF Barcelona.

Dromen en jeugd, jeugd en dromen

Het nieuwe KFC is een degelijke subtopper en bij wijlen zelfs titelkandidaat in 3de provinciale. De oudere bestuursleden koesteren nostalgische dromen over eerste provinciale. Maar wat vooral een feit werd, is de uitbouw van de ploeg in de breedte, met veel beloften en jeugdploegen, waar iedereen naar hartelust zijn sportieve hobby kan beoefenen. Daar moeten op termijn vruchten van kunnen geplukt worden.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!